Keukentechnieken, Warme bereidingstechnieken

Warme keukentechnieken deel 2

Veel ste lang geleden alweer dat ik een bericht plaatste over keukentechnieken. De tijd is zo snel gegaan dat het me ontschoten is, nu ik klaar ben met school, m’n evenement en alle stresstoestanden ga ik me weer wat meer op m’n blog richten, in september heb ik een nieuwe baan en dan heb ik helemaal wat meer tijd over voor het bloggen. Bloggen is leuk! Maar goed, keukentechnieken.. Hier volgen wat warme bereidingstechnieken met de uitleg ervan, kan je weer even opscheppen tijdens een etentje dat je de echte namen van de techniek weet.. 🙂

Toasten
Toasten kennen we vooral van brood toasten (roosteren). Toasten gebeurd onder hoge hitte en zonder vetstof. Je kunt brood toasten in een broodrooster maar ook in de oven, een tosti apparaat of onder een grill/ salamander. Laat het brood goudbruin kleuren, je kunt dit met ontdooid of bevroren brood doen.

In folie of papier verpakken (en papillotte)
Papillotte is een bereiding waarmee je een product ‘droog’ bereid op een hoge temperatuur. Het product (bijvoorbeeld een stuk vis met wat groentes) word verpakt in vetvrij papier of aluminium en rond een temperatuur van 175 °C gegaard. Er word weinig tot geen vloeistof toegevoegd en daardoor word het een droge bereiding genoemd. Door deze bereiding blijven alle smaak en geurstoffen behouden en behoud het z’n eigen vocht, vitamines en mineralen. Dit is een erg gezonde bereiding dankzij het weinige vet.

keukentechnieken
Bron foto.

Konfijten (confit)
Papilotte is een droge bereiding op hoge temperatuur, konfijten is het tegenovergestelde. Konfijten is een natte bereiding op een lage temperatuur. Je konfijt producten die minder mals zijn (bijvoorbeeld eendenbout). Konfijten gebeurd in vet dat niet hoger komt dan 90-95 °C.

Korstdeegbereiding (en croute)
Deze bereiding vind plaats in de oven. Een gemarineerd ingrediënt als zalm, varkenshaas of bijv. rollade rol je in korstdeeg waarna je het afbakt. De smaakstoffen blijven behouden doordat ze in het korstdeeg zitten en je krijgt een krokant korstje door het korstdeeg. Het kritieke punt van en croute is de garing. Je vlees of vis moet ongeveer tegelijk gaar zijn als het korstdeeg, hier moet je rekening mee houden wanneer je het inrolt. Als het een heel dik stuk vlees of vis is kan je het beter doormidden snijden.

Flamberen (flambé)
Flamberen is het verdampen van alcohol, je doet dit door het product aan te steken. In desserts of een soep gaat nogal eens alcohol, in een kreeftenbisque gaat vaak wat cognac. Omdat je niet die sterke alcoholsmaak wilt hebben steek je het even aan. Als je vlammen doven is de alcohol verdampt. Je hebt nog wel de smaak van de cognac maar niet de alcohol zelf.

keukentechnieken
Bron foto.

 

1 thought on “Warme keukentechnieken deel 2

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *